Pagina Inhoud:
A. Onderdelen van het Cardiale Geleiding Systeem:
Het hart is om vele redenen bijzonder, maar ook omdat het een uniek geleidingssysteem heeft waarbij de elektrische impuls (= de actiepotentiaal) zich door dit orgaan voortplant. Dit voortplantingssysteem wordt het hartgeleidingssysteemgenoemd.
Er zijn drie soorten structuren/weefsels betrokken bij dit cardiale geleidingssysteem:
- het nodale weefsel
- het myocardium
- het Purkinje-weefsel
4.
Het nodale weefsel bevindt zich in twee gebieden:
- de sinusknoop – gelegen in de wand van het rechter atrium dicht bij de inlaat van de superieure en inferieure Vena Cava.
- de atrioventriculaire knoop (= AV-knoop) gelegen tussen de atria en de ventrikels.
5.
Het myocard – dit zijn alle spiercellen in de wand van de atria en de ventrikels. Deze cellen zijn met elkaar verbonden via speciale kanalen die ‘gap junctions’ worden genoemd (ook wel ‘connexion’ genoemd). Via deze kanalen kan een actiepotentiaal zich van de ene cel naar de andere voortplanten, een soortgelijk mechanisme als in de elektrische synaps (zie A.3.6. De elektrische synaps).
6.
In de ventrikels loopt het Purkinje-weefsel langs het ventriculaire septum in twee afzonderlijke bundels; de rechter en de linker bundeltakken.
1.
Helaas (voor de studenten!) is de vorm van de cardiale actiepotentiaal op verschillende plaatsen in het hart niet hetzelfde, maar hangt af van de locatie in het hart.
(Weet je nog wat een actiepotentiaal is? Zie: A.3.3. De actiepotentiaal)
2.
In de atria is het actiepotentiaal driehoekig met een snelle depolarisatie en een langzamere repolarisatie. In de ventrikelsis de potentiaal tussen de depolarisatie en de repolarisatie stabiel gedurende ongeveer 100-300 msec en bijna 0 mV. Dit wordt het ‘plateau’ genoemd. (Voetnoot: wat is een plateau?)
Houd er rekening mee dat zowel in het atriale als in het ventriculaire myocardium de potentiaal tussen de actiepotentiaal en de volgende stabiel is, op ongeveer -90 mV.
Maar, in sommige hartweefsels is het rustpotentieel niet stabiel. Dit is het geval in de nodale weefsels (sinusknoop en AV-knoop) en in de Purkinje-weefsels.
In die weefsels depolariseert de rustpotentiaal, na de repolarisatie van de vorige actiepotentiaal, langzaam (blauw in het diagram).
Aangezien deze depolarisatie plaatsvindt tussen de ene actiepotentiaal en de volgende, vindt deze plaats in de diastolische periode en wordt daarom de ‘diastolische depolarisatie’ genoemd.
Kortom, actiepotentialen in het hart hebben verschillende vormen. De belangrijkste elementen zijn:
– een diastolische depolarisatie
– een plateau
– een snelle of langzame systolische depolarisatieDiastolische potentialen van het nodale weefsel (sinus en AV-knoop) en van de Purkinje-vezels vertonen een langzame systolische depolarisatie (groen in het diagram).
De actiepotentialen van de ventrikels (myocardium en Purkinje-weefsel) vertonen een plateau, gelegen tussen de depolarisatie en de repolarisatie (rood in het diagram).
1.
U herinnert zich misschien dat calciumionen een belangrijke rol spelen bij het opwekken van contractie.
In de skeletspieren worden calciumionen opgeslagen in de cellen, in het sarcoplasmatisch reticulum, vanwaar ze worden vrijgegeven om naar het sarcomeer te stromen om samentrekking te veroorzaken.
In het hart worden calciumionen niet in de cellen opgeslagen, maar stromen ze van buiten de cel in. De trigger voor calciumionen om de cellen in te stromen is het actiepotentiaal! Specifiek tussen de depolarisatie en de repolarisatie; in feite tijdens het plateau!
Om het hartgeleidingssysteem te begrijpen en hoe het hart zich elektrisch gedraagt, is het belangrijk om de locatie (= de topografie) van de verschillende soorten actiepotentialen in het hart te begrijpen.
Dit diagram vat daarom de verschillende vormen van cardiale actiepotentialen en hun verdeling in het hart samen.
Merk op dat de actiepotentialen in de ventrikels (myocardium en Purkinje) allemaal een plateau hebben, terwijl de actiepotentialen in de atria, zowel myocardium als knoopweefsels, geen plateau hebben!
Voetnoot: Wat is een plateau? In de bergen, op de top, is soms geen top maar een vlak stuk land. Zo’n vlak land, hoog op een heuvel of berg, wordt een plateau genoemd (van het Frans, wat ‘plaat’ betekent).