A. Introductie:

1.

Zoals je je kunt voorstellen, is het sensorische deel van de hersenen het systeem dat allerlei zintuiglijke ervaringen uit de buitenwereld ‘waarneemt’ en die informatie naar verschillende gebieden in de hersenen doorstuurt.

2.

In de voorgaande hoofdstukken hebben we al de verschillende typen receptoren besproken die betrokken zijn bij de detectie van verschillende impulsen.
 

3.

Deze sensorische informatie kan veel verschillende reacties teweegbrengen; van onmiddellijke actie tot langdurige opslag in ons geheugen.

4.

Houd er ook rekening mee dat al deze informatie niet helemaal naar onze ‘hogere’ hersenen hoeft te gaan. Veel van deze informatie zal ook andere hersengebieden activeren, zelfs in ons ruggenmerg (zoals we later zullen zien).

5.

Het diagram toont de belangrijkste zenuwbanen van ons sensorisch systeem. Zoals je kunt zien, gaan de sensorische zenuwen eerst naar en door het ruggenmerg voordat ze de hersenen bereiken. Daar wordt het erg ingewikkeld, want de zenuwen reizen door verschillende delen van de hersenen, zoals de kleine hersenen, de pons en de medulla, om uiteindelijk te eindigen in de sensorische cortex.

B. Ruggenmerg:

1.

Wanneer de sensorische zenuwen via de achter wortel het ruggenmerg binnenkomen, splitst het zich direct in verschillende takken.

2.

Sommige van deze vertakkingen bewegen zich naar de ruggengraat en dan omhoog langs de ruggengraat tot aan de hersenen.

3.

Een andere tak komt de achter hoorn binnen en splitst zich daar in meerdere (vele!) takken die verbinding maken met lokale neuronen. Zo vormen ze allerlei lokale neuronale circuits.

4.

Sommige van deze vezels veroorzaken lokale reflexen in het ruggenmerg. Andere vezels lopen omhoog door het ruggenmerg en eindigen in de kleine hersenen.

C. Hersenschors:

1.

Maar de ‘belangrijkste’ vezels gaan rechtstreeks naar de cortex van de grote hersenen; de hersenschors.

2.

En ze komen terecht in een speciaal daarvoor bestemd gebied, afhankelijk van het deel van het lichaam waar ze vandaan komen.

3.

Zoals in het diagram te zien is, wordt in specifieke regio’s aangegeven welke gebieden impulsen ontvangen van de dijstreek, of van de borstkas, of meer specifiek van de vingers, de tong, het gezicht, etc.

4.

Met andere woorden: hoewel al deze actiepotentialen op weg naar de hersenen vergelijkbaar zijn, gaan ze, afhankelijk van waar ze vandaan komen, allemaal naar specifieke gebieden.

D. Dermatomen:
1.

Er is nog een interessant concept dat erg populair is in de fysiologie en de geneeskunde in het algemeen: de dermatomen; zie diagram. (dermis = huid)

2.

Eigenlijk is het niet zo belangrijk, maar het is waarschijnlijk wel populair vanwege deze prachtige afbeelding van een mens met al die gekleurde strepen, van voren en van achteren gezien.

3.

Hiermee wordt feitelijk bedoeld dat de sensorische uiteinden in de huid, met name de aanraak sensoren, via een lange lijst van afferente zenuwen in verbinding staan ​​met het ruggenmerg en uiteindelijk met de hersenschors.

4.

Afhankelijk van de locatie van de huidsensoren komen de efferente zenuwen het ruggenmerg binnen via de ruimte tussen de aangrenzende wervels.

5.

Als er iets gebeurt in een specifiek gebied (kanker, trauma, wat dan ook) of in de zenuwbundel die naar het ruggenmerg loopt, dan kan dit de overdracht van signalen van dat specifieke gebied op de huid naar de hersenen verstoren.

6.

Deze verstoring kan plaatselijke pijn, huiduitslag of andere sensorische problemen veroorzaken.

7.

Het zal je opvallen dat sommige gebieden, zoals het gezicht, niet ingekleurd zijn in dit diagram. Dat komt doordat hun innervatie vrij complex is.

 

8.

In werkelijkheid zijn de grenzen van de dermatomen niet zo ‘scherp’ als het diagram suggereert, maar toch leuk om te weten en te visualiseren.