Doel:  Het hart moet via zijn geleidingssysteem in een bepaalde volgorde worden geactiveerd (=opgewonden), zodat het op een ordelijke manier samentrekt (d.w.z. pompt).
A. How prikkelt het Geleidings Systeem het hart?

Diastole:

Tijdens deze fase van de hartcyclus is het hart in rust. Er zijn geen impulsen die zich in het hart voortplanten. Het hart is elektrisch ‘stil’.
1. Sinusknoop:

De impuls (=actiepotentiaal) begint in de sinusknoop. Dit is normaal gesproken altijd het geval en daarom wordt de sinusknoop ook wel de pacemaker van het hart genoemd.
2. Atrium:

Vanuit de sinusknoop plant de impuls zich voort in de boezems; eerst in het rechter atrium en even later in het linker atrium.
3. De AV-knoop:

 

Aan de onderkant van het rechter atrium plant de impuls zich voort in de AV-knoop (het knoopweefsel dat zich tussen de atria en de ventrikels bevindt).

 

Dit is een belangrijke stap, omdat de voortplanting van het actiepotentiaal in de AV-knoop erg traag is.

4. Het Purkinje-systeem:

 

Terwijl de impuls zich na een lange vertraging voortplant uit de AV-knoop, plant hij zich voort in de bundel van His en vervolgens door de twee bundeltakken (rechts en links). Deze voortplanting is, in tegenstelling tot de voortplanting in de AV-knoop, zeer snel.

5. Ventrikels:

Uiteindelijk komt de impuls aan in de ventriculaire cellen, de ventriculaire myocyten (hartspiercellen), ook wel ventriculaire myocardium genoemd.
B. Belangrijke Punten
B1. De pacemaker:

1. De SA-pacemaker:

 

De pacemaker bevindt zich normaal gesproken in de sinusknoop. We noemen dit daarom de sinuspacemaker (oftewel de SinoAtrial-pacemaker). Het ritme dat door deze pacemaker wordt geïnduceerd, wordt het sinusritme genoemd. 

2. Snelste ritme:
De pacemaker bevindt zich normaal gesproken in de sinusknoop omdat deze cellen nieuwe actiepotentialen creëren en dat doen ze sneller dan andere potentiële pacemakers in het hart.

3. Abnormale plaats van de pacemaker:

Als de sinusknoopcellen geen actiepotentialen zouden maken (vanwege een ziekte), dan zouden de andere knoopcellen, in de AV-knoop, wel actiepotentialen maken. In dat geval zou er sprake zijn van een AV-nodale pacemaker.

B2. De AV-knoop:
1. De rol van de AV-knoop:

De belangrijkste functie van de AV-knoop is het vertragen van de voortplanting van de impuls van de atria naar de ventrikels.

2. AV-knooppunt-vertraging: Deze vertraging van de AV-knoop is belangrijk om ervoor te zorgen dat de ventrikels veel later en ruim na de atriale contractie samentrekken.
3. Doorbloeding:

Door deze vertraging kan het bloed van de samentrekkende atria naar de ventrikels stromen. Als er geen vertraging zou zijn, zouden de ventrikels te vroeg samentrekken en voordat er genoeg bloed in de ventrikels was.

B3. Het Purkinje System:

1. De rol van het Purkinje-systeem:

 

In tegenstelling tot de voortplanting van de impuls door de AV-knoop (die erg traag is), is de voortplanting door het Purkinje-systeem erg snel! 

2. Synchronisatie:
Dit is nodig zodat de verschillende delen van de ventrikels, die groot zijn, zo snel mogelijk worden geëxciteerd (=gesynchroniseerd) en dus min of meer gelijktijdig samentrekken.
3. Geen synchronisatie:

Als er geen Purkinje-systeem zou zijn (of als één tak geblokkeerd is), zou er een langzame of weinig voortplanting in de ventrikels zijn. Dit zou ertoe leiden dat sommige onderdelen vroeg samentrekken, terwijl andere onderdelen veel later samentrekken; dit zou resulteren in slecht pompen van het hart.

Vorige slide
Volgende slide