Pagina Inhoud:
Introductie:
2.
Deze controlemechanismen kunnen in twee groepen worden ingedeeld:
1) Intrinsieke regulatiemechanismen (=vanuit het hart)
2) Extrinsieke regulatiemechanismen (=van buiten het hart)
Dit sneller pompen zal op zijn beurt de atriale vulling verminderen en de hartslag zal dan weer normaal worden.
Dit systeem is erg gevoelig! Als er om de een of andere reden meer bloed in het hart stroomt, wordt het eind-diastolische volume vergroot, en dit zal (automatisch!) een sterkere samentrekking veroorzaken die deze extra hoeveelheid bloed in de slagaders zal pompen.
Aangezien de frequentie voor beide harten gelijk is, wordt het hartminuutvolume van het rechter- en het linker-hart beide beïnvloed door het rekken van de sinusknoop (het rechterhart kan niet op een andere frequentie pompen dan het linker hart!).
Maar in het Frank-Starling-systeem rekt het eind-diastolische volume elk ventrikel uit en dus kan de samentrekking van het rechterventrikel hoger of lager zijn dan die van het linkerventrikel.
De belangrijkste systemen zijn:
- Het autonome zenuwstelsel
- De hormonen (lokaal en op afstand). Deze worden later besproken.
Het parasympathische systeem (o.a. de nervus vagus) innerveert alleen de sinusknoop en de AV-knoop. Het remt de vuursnelheid van de sinusknoop (langere P-P) en vertraagt de voortplanting door de AV-knoop (langere P-Q).
4.
Een toename van sympathische activiteit zal:
- de hartslag verhogen
- de voortplantingssnelheid in de AV-knoop verhogen
- de contractiekracht in de hartspier (atria en ventrikels) verhogen
Neem als voorbeeld van hoe het autonome zenuwstelsel op het hart inwerkt deze zeer mooie reflex: de Bainbridge-reflex, ook wel de respiratoire sinusaritmie genoemd.
Naarmate de druk in het rechter atrium toeneemt, mogelijk als gevolg van een toename van de veneuze terugstroom, worden de atriale rekreceptoren geactiveerd die hun signalen naar het medullaire centrum in de hersenen sturen. Dit activeert op zijn beurt het sympathische systeem.
Terwijl je inademt, neemt de druk in de thorax af, wat leidt tot een toename van de veneuze terugkeer en een toename van de bloedstroom naar het rechter atrium. Dit verhoogt de atriale druk -> verhoogt de hartslag.